Voor het arbeidsrecht leek Prinsjesdag dit jaar vooral een opsomming van alles wat wordt uitgesteld of geschrapt. Wat ons opviel, ook in de Rijksbegroting voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, was het volgende.
Een aantal eerder aangekondigde versoberingen in de sociale zekerheid gaat voorlopig niet door. De maximale WW-duur blijft voor nu 24 maanden en de eerder voorgestelde verlaging van het maximumdagloon is geschrapt.
De compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid blijft voorlopig bestaan. Eigenlijk wisten we dat al, omdat dit voor Prinsjesdag al was uitgelekt. Dus werkgevers kunnen ook in 2027 nog een compensatie aanvragen. De voorgenomen afschaffing schuift door naar 1 januari 2028.
Het kabinet wil de transitievergoeding op termijn hervormen. Belangrijke begrippen in dat kader zijn scholing, duurzame inzetbaarheid en re-integratie. Wie daarin aantoonbaar verantwoordelijkheid neemt, zou in de toekomst mogelijk minder verplichtingen krijgen.
Het tweede ziektejaar zal worden vereenvoudigd. Daarnaast ligt er een voorstel klaar waarbij het oordeel van de bedrijfsarts een belangrijkere rol krijgt bij de UWV-beoordeling van re-integratie-inspanningen. Dat kan veel betekenen voor werkgevers die nu regelmatig discussie ervaren met het UWV over de re-integrateverplichtingen.
En ook de modernisering van het concurrentiebeding blijft op de agenda staan, ook deze Prinsjesdag. Doel: werknemers makkelijker laten overstappen naar een andere werkgever en onnodig gebruik van concurrentiebedingen terugdringen. Voor werkgevers die hun kennis, klantenbestand of bedrijfsgevoelige informatie willen beschermen, kan dit flinke (financiële) gevolgen hebben.
Lees ook: Is er nog toekomst voor het concurrentiebeding?
Het kabinet werkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Deze nieuwe Zelfstandigenwet moet vooraf meer duidelijkheid geven wanneer sprake is van ondernemerschap en wanneer niet. Tegelijkertijd blijft de aanpak van schijnzelfstandigheid een belangrijk aandachtspunt.
Ook het arbeidsmarktpakket wordt verder uitgewerkt. Denk aan beperkingen van nulurenconstructies, meer zekerheid voor oproepkrachten en wijzigingen voor uitzendarbeid.
Vanaf 2027 gaan de minimumjeugdlonen voor 16- tot en met 20-jarigen stapsgewijs omhoog. Vooral werkgevers met veel jonge medewerkers zullen dit terugzien in hun loonkosten.
De Aof-premie stijgt opnieuw. Daarmee nemen de werkgeverslasten verder toe, zowel voor kleine als grotere werkgevers.
Veel van de plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd moeten nog worden omgezet in wetgeving. We houden jullie natuurlijk op de hoogte van de ontwikkelingen. En heb je vragen? Neem dan vooral contact met ons op.
if(window.strchfSettings === undefined) window.strchfSettings = {};window.strchfSettings.stats = {url: “https://ulteam-advocaten.storychief.io/nl/prinsjesdag-wat-betekenen-de-plannen-voor-werkgevers?id=1194046966&type=2”,title: “Prinsjesdag 2026: Wat betekenen de plannen voor werkgevers?”,siteId: “16579”,id: “”};(function(d, s, id) {var js, sjs = d.getElementsByTagName(s)[0];if (d.getElementById(id)) {window.strchf.update(); return;}js = d.createElement(s); js.id = id;js.src = “https://d37oebn0w9ir6a.cloudfront.net/scripts/v0/strchf.js”;js.async = true;sjs.parentNode.insertBefore(js, sjs);}(document, ‘script’, ‘storychief-jssdk’))