De vraag of een werknemer tijdens een slapend dienstverband (na 104 weken arbeidsongeschiktheid) vakantiedagen blijft opbouwen, houdt de arbeidsrechtpraktijk al enige tijd bezig.Met name de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 augustus 2025 zorgde voor onrust: volgens de Arnhemse kantonrechter moest artikel 7:634 BW buiten toepassing blijven en bouwde een zieke werknemer ook na 104 weken ziekte vakantiedagen op. Inmiddels zijn we een aantal uitspraken verder. En die laten een ander beeld zien.
Lees ook onze eerder blog over dit onderwerp: ‘Vakantieopbouw na twee jaar ziekte?’
Artikel 7:634 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een werknemer vakantiedagen opbouwt over de periode waarin hij/zij recht heeft op loon.
Na 104 weken ziekte eindigt in beginsel de loondoorbetalingsplicht. Vanaf dat moment is er vaak (enige tijd) sprake van een slapend dienstverband: de arbeidsovereenkomst bestaat nog, maar er wordt geen arbeid verricht en geen loon meer betaald.
De verwachting is dat op het moment dat de coalitieplannen werkelijkheid worden, en werkgevers geen recht meer hebben op compensatie van de transitievergoeding bij een beëindiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, er weer meer slapende dienstverbanden zullen ontstaan.
De kernvraag is dan: blijft de werknemer tóch vakantiedagen opbouwen, bijvoorbeeld op grond van Europees recht?
Na de uitspraak van de Gelderse rechtbank volgden drie andere beslissingen, namelijk van de Rechtbank Noord-Nederland (19 december 2025), de Rechtbank Rotterdam (5 februari 2026) en (nogmaals) de Rechtbank Rotterdam (24 februari 2026). In deze uitspraken namen de kantonrechters juist géén opbouw van vakantiedagen aan.
De kantonrechters in deze uitspraken oordelen – kort samengevat – als volgt:
Daarmee vervalt de noodzaak om het nationale recht buiten toepassing te laten.
De actuele stand van zaken is dus dat de meerderheid van de recente rechtspraak géén opbouw van vakantiedagen na 104 weken ziekte aanneemt.
Dat is onder andere relevant voor de financiële reservering bij slapende dienstverbanden, de berekening van een eindafrekening en de onderhandelingen over beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat er nog geen uitspraak van de Hoge Raad ligt over deze specifieke vraag.
Update: Een kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 2 maart 2026 aangegeven voornemens te zijn om over dit onderwerp prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De Kantonrechter geeft aan: "Naar verwachting zal over dit onderwerp nog veel vaker worden geprocedeerd, tot de Hoge Raad uitsluitsel geeft over de vraag of vakantiedagen worden opgebouwd tijdens een slapend dienstverband. Navraag bij de hoven leert, dat over dit onderwerp op dit moment nog geen zaken aanhangig zijn." Wij houden het in de gaten.
De ontwikkeling lijkt zich te stabiliseren in het voordeel van werkgevers. Of dit ook de lijn van de Hoge Raad wordt, zal moeten blijken.
Heb je een slapend dienstverband en/of een discussie met een werknemer over de opbouw van vakantiedagen na 104 weken ziekte? Wij denken graag met je mee over de juridische positie én de praktische strategie.